De oncologie is het deelgebied van de diergeneeskunde dat de diagnostiek en behandeling van tumoren omvat. Soms leidt de diagnose van type en uitbreiding van een tumor tot de conclusie dat behandeling onmogelijk is. Gelukkig is bij het merendeel van de honden en katten wel een adequate behandeling mogelijk. Veelal zal dit chirurgie zijn, met goede vooruitzichten op genezing indien tijdig en adequaat uitgevoerd. Bij andere patiënten zal naast (of in plaats van) chirurgie, een behandeling met bestraling (radiotherapie) of met medicijnen (chemotherapie) overwogen kunnen worden. Doel daarbij is in de eerste plaats de patiënt van bestaande of dreigende ziekte-symptomen af te helpen.

Het onderzoek

Bij het eerste consult zal – met gebruikmaking van gegevens van uw eigen dierenarts – zo nodig aanvullend onderzoek worden gedaan (van bloed, röntgenfoto’s, echografie, biopsie). Tevens zal met u overlegd worden over de kansen en de vorm van een eventuele behandeling, en de geschatte tijd en kosten daaraan verbonden. Voor sommige dure cytostatica geldt de regel dat deze tegen kostprijs beschikbaar worden gesteld.

Voor het stellen van een goede diagnose is onderzoek door een biopsie van het gezwel noodzakelijk. Vaak kan dit door het nemen van een naald-biopt gevolgd door cytologisch onderzoek (onderzoek van cel-beeld); meestal is dit direct uitvoerbaar. Soms is het nemen van een weefselbiopt nodig. Daarnaast kan röntgenonderzoek en/of echografisch onderzoek nodig zijn, evenals bloedonderzoek. Zoveel mogelijk zal worden getracht, dit allemaal op de dag van het eerste consult uit te voeren. Wanner het type tumor en de uitbreiding, alsmede de functie van belangrijke organen in kaart is gebracht, zal advies over de mogelijke behandeling en de vooruitzichten hiervan mogelijk zijn. In bijzondere gevallen kan een directe verwijzing plaats vinden voor een MRI-scan of CT-scan (UKG, Utrecht).

Chemotherapie

Hierbij worden middelen toegediend die de celdeling remmen, en tumorcellen kunnen doden. Middels een aantal behandelingen – die de nodige investeringen vragen (tijd en geld), brengt dit bij ongeveer de helft van de – als gevoelig bekend staande – tumorziekten het beoogde resultaat: aanzienlijke tijd van leven zonder klachten. Echte genezing komt uiteraard minder vaak voor, maar is ook zeker geen uitzondering. Minstens zo belangrijk is ook, dat bij de gebruikte doseringen vervelende bijwerkingen bij het grote merendeel van de patiënten voorkomen worden.

Chemotherapie blijft voorbehouden voor patiënten:
– met een voldoende lichamelijke conditie;
– met een type tumor dat door plaats en uitbreiding niet (alleen) met chirurgie behandeld kan worden;
– met een type tumor dat een groot risico kent het leven ernstig te bekorten;
– met een type tumor dat een goede kans heeft gevoelig te zijn voor gebruikte medicijnen.

Zo wordt chemotherapie al enkele tientallen jaren gebruikt bij honden en katten met lymfklierkanker (ook maligne lymfoom genoemd), met steeds betere resultaten. Nieuwe ontwikkelingen brengen ook belangrijke verbeteringen teweeg bij dieren met een toenemend aantal van andere typen tumoren. Dit betreft onder meer mastceltumoren (mastocytomen), plasmaceltumoren (myeloom of ziekte van Kahler), botkanker (osteosarcoom), bloedvatkanker (hemangiosarcoom), schildklierkanker, tumoren van het urinewegstelsel (blaas – en urethrakanker), eierstokkanker (ovariumcarcinoom) en kanker van de anaalzak.

Bij een aantal andere tumoren blijkt uit wetenschappelijk onderzoek, dat de gevoeligheid voor chemotherapie minimaal tot afwezig is. Dit betreft onder andere melkklierkanker bij de hond (ondanks wat op sommige websites beweerd wordt) en melanoom bij de hond. Bij de kat lijkt wel sprake van gevoeligheid voor chemotherapie bij een deel van de dieren met melkklierkanker. Over de opzet (tijdsduur; middelen) van chemotherapie bij een aantal vormen van kanker kunt U hier (doc-3) verder lezen.

Nieuwe chemotherapeutische behandelmethoden worden getoetst in vergelijkend onderzoek (zg. Trials), waar de Wagenrenk actief in deelneemt. Reden kan zijn het ontbreken van gegevens over goede behandelmethoden voor een bepaald type tumor, of aanwijzingen dat een nieuwe behandeling betere resultaten zou kunnen geven, dan de tot nu toe bekende methoden. In dergelijke situaties wordt uitgebreid uitleg gegeven en deelname aan een dergelijke ‘trial’ kan alleen gebeuren met volledige instemming van de eigenaar. Daarbij geldt de wettelijke verplichting dat de opzet van de ‘trial’ zowel wetenschappelijk als ethisch getoetst en geaccepteerd is.

Veiligheid bij chemotherapie

Zowel bij de bereiding als toediening van chemotherapeutica, gelden strenge veiligheidsvoorschriften. Injecties worden bereid in speciaal ontwikkelde, geventileerde veiligheidskasten (LAF-kast), en toegediend met systemen die blootstelling van dierenarts, personeel, en eigenaars voorkomen. De eigenaars krijgen uitgebreide instructies, hoe thuis blootstelling aan stoffen uitgescheiden door de patiënt voorkomen kan worden. Doel is tot minimale blootstelling te komen. In bepaalde omstandigheden (bijv. zwangerschap) wordt keuze in het aantal middelen beperkt tot die, welke zonder risico kunnen worden gebruikt. Wel kan dan de effectiviteit minder zijn dan bij gebruik van het gehele arsenaal aan middelen die ingezet kunnen worden.

Groei-factor remmers

In de laatste 3 jaar zijn er 2 nieuwe medicijnen (Masivet, Palladia) beschikbaar gekomen, die de groei van tumoren op een andere wijze remmen dan chemotherapeutica: deze middelen blokkeren een hoge activiteit van groeifactoren dee tot snelle deling van tumorcellen leidt. Daarmee lijkt een dergelijke middel veel specifieker de kankercellen af te remmen en minder bijwerkingen te geven: toch komen deze voor, en zal de eigenaar en de oncoloog scherp moeten opletten of zo’n behandeling wel uitvoerbaar is.

Immuuntherapie

In de afgelopen jaren is veel onderzoek uitgevoerd naar het stimuleren van de afweer, om zo kanker te bestrijden. Voor melkklierkanker (mammacarcinoom) verliep dit negatief. Bij botkanker is een dergelijke behandeling bij de hond, zelfs een leiddraad geworden vor huidige behandeling bij de mens. Groot probleem is dat het middel mifamurtide (afgeleid van het TBC vaccin) een zeker nut heeft, maar de kosten per patïent de 100.000 euro overschrijden. Voor enkele tumoren is toedienen van interleukine-2 (IL-2), een stof die bepaalde afweercellen stimuleert tot op zekere hoogte werkzaam (urethracarcinoom). Bijzonder is de vorm waarbij een virus zodanig gemanipuleerd is, dat dit na lokale injecties productie van IL-2 geeft, als onderdeel van de (dure) behandeling van injectie-plaats sarcoom bij de kat. Over deze tumor ook wel vaccin-geïnduceerd sarcoom genoemd, valt hier meer te lezen.

Radiotherapie

Sommige tumoren, zoals mastceltumoren, hemangiopericytomen, zijn redelijk tot goed gevoelig voor bestraling. Voor intensieve behandelingen met hoog-energetische apparatuur kan worden verwezen naar de Universiteitkliniek Gezelschapsdieren in Utrecht waar hoogwaardige behandelingen met een lineaire versneller in Utrecht worden toegepast. Minder intensieve behandelingen, en alleen bij kleinere, oppervlakkig gelegen tumoren kunnen nu plaatsvinden in Nederland bij de radiologe Drs M. Schmidt.

Samenwerking

Binnen het Veterinair Specialistisch centrum de Wagenrenk werkt de oncoloog intensief samen met internist, chirurg, oogarts, tandarts en de radioloog, zowel op het gebied van de diagnostiek, als op dat van planning/uitvoering van de behandeling. Samenwerking bestaat ook met andere centra in Nederland, waar de diagnostiek en behandeling worden uitgevoerd door erkende specialisten. Met hen wordt informatie uitgewisseld, en – wanneer geschikt geacht – overdracht van de zorg van patiënten tot stand gebracht. Erkende specialisten hebben zich bekwaamd door een intensieve aanvullend opleiding in – onder meer – de diagnostiek en behandeling van tumorziekten. Let er bij verwijzing door uw dierenarts altijd op of u wordt doorverwezen naar een erkend specialist.

Onderzoek naar het ontstaan van tumoren

Bij het ontstaan van kanker spelen veel factoren een rol. Bij een aantal rassen is vastgesteld dat bepaalde type tumoren relatief vaak voorkomen. Dit is al sedert lang bekend voor mastceltumoren bij de boxer, de Golden Retriever en Labrador Retriever.
Vanuit de Wagenrenk wordt een bijdrage verleend aan genetisch onderzoek naar deze tumoren, met eerste positieve resultaten (wordt vervolgd). Ander onderzoek heeft aangetoond dat bepaalde tumoren van de gewrichten, zg. histiocytaire sarcomen, relatief vaak worden gezien bij Flatcoated Retrievers. Een verwante vorm, maligne histiocytose, waarbij longen, lever en/of milt aangetast kunnen worden, wordt ook wel bij dit ras gezien, maar nog vaker bij de Berner Sennenhond. Samen met de rasverenigingen, en met de universiteitsklinieken in Utrecht en Cambridge, wordt onderzoek uitgevoerd naar het voorkomen van deze tumoren en de oorzaak ervan. Van dieren aangetast door deze tumoren, wordt in het kader van dit onderzoek DNA (uit bloedmonsters), weefsel, en gegevens uit het stamboek centraal opgeslagen en geanalyseerd. Uiteindelijk doel van dit onderzoek is, om door fok-adviezen de kans dat deze vaak dodelijke tumoren optreden, te verminderen. Ook hiervoor zijn eerste resultaten behaald, maar nog niet genoeg voor het toepassen van een betrouwbare bloedtest. Met ingang van 2008 is ook aandacht worden besteed aan de erfelijke achtergrond van kwaadaardige tumoren van bindweefsel van de weke delen (weke delen sarcomen) bij Golden- en Labrador retrievers en Rottweilers.

Gerard Rutteman

Dierenarts Specialist Veterinaire Oncologie der Gezelschapsdieren