De interne geneeskunde is de discipline die zich bezighoudt met ziekten van de interne organen. Er wordt een onderscheid gemaakt in cardiologie (hartziekten), nefrologie (nierziekten), endocrinologie (hormonale stoornissen), neurologie (zenuwziekten), gastro-enterologie (maagdarmziekten), pulmonologie (longziekten), hepatologie (leverziekten) en oncologie (tumorziekten).

De discipline houdt zich bezig met de diagnostiek en behandeling van ziekten binnen deze groep. Een hond met chronische dunne-darmdiarree: de patient wordt middels een vraaggesprek “opgewerkt”. Soms blijkt er dan sprake te zijn van een voedselallergie of moet er juist aanvullend ontlastingsonderzoek gedaan worden. Niet zelden wordt besloten tot een onderzoek waarbij met behulp van een flexibele slang (gastroduodenoscoop) met daarin een camera in maag en darmen gekeken kan worden. Via deze techniek kunnen soms vreemde voorwerpen verwijderd worden of kleine stukjes weefsel voor onderzoek weggenomen worden.

Een kat met suikerziekte waarbij door middel van herhaalde bloedafnames gekeken wordt hoeveel insuline de kat exact moet hebben. Een hond met een hartspierziekte waarbij met behulp van een elektrocardiogram (ECG, elektrisch hartfilmpje), een bloeddrukmeting en een echo van het hart eerst de diagnose gesteld wordt en daarna gestart wordt met een medicinale behandeling. Een hond met epilepsie en dementie waarbij de vraag bestaat of het echt wel epilepsie is en of het mogelijk erfelijk is. Paul Mandigers is bezig met een aantal lopende onderzoeken op het gebied van onder meer syringomyelie en stofwisselingsziekten met als resultaat abnormaal gedrag of epileptiforme aanvallen.

Samenwerking

Binnen de interne geneeskunde wordt intensief samengewerkt met drie andere belangrijke disciplines: radiologie, chirurgie en oncologie. Op basis van het eerste onderzoek van de internist wordt zo gericht mogelijk gekozen voor de beste vorm van diagnostiek. Soms zijn dit röntgenfoto’s of een echo. Een voorbeeld hiervan is een hond met een buik vol met vocht. Als op basis van het klinisch onderzoek blijkt dat dit komt door een overvulling van het hartezakje dan maakt de internist eerst een elektrocardiogram, daarna de radioloog een echo en als op basis van deze gegevens blijkt dat het uitsluitend een overvulling is van het hartezakje kan de internist dit zakje bijvoorbeeld leeg zuigen. Mocht de vochtophoping het gevolg zijn van een tumortje, en is deze verwijderbaar, dan vindt dit plaats door de chirurg. Het voordeel van een dergelijke verdeling in een specialisten kliniek als de Wagenrenk is dat de patiënt optimaal profiteert van de specifieke kennis en ervaring van de radioloog, internist, oncoloog en/of chirurg.

Paul Mandigers

Dierenarts Specialist Interne Geneeskunde en Veterinaire Neurologie