Weke delen chirurgie

Dit omvat alle operaties met uitzondering van de orthopedie/neurochirurgie en oogheelkunde.
Voorkomende problemen die chirurgisch ingrijpen behoeven zijn:

  • Tumoren: gehele verwijdering of bioptname in het kader van het stageren van de ziekte (oppervlakkige huidtumoren, in de borstkas of in de buik uitgaande van allerlei organen)
  • Aangeboren afwijkingen (levershunt, ectopische ureter, persisterende ductus botalli (PDAB), rechter aorta boog)
  • Traumapatiënten (bloedingen in de borst- en/of buikholte, hernia diafragmatica, bijtwonden, etc)
  • Overige (o.a. hernia perinealis, colectomie, obstructie van de darmen door het opeten van een vreemd voorwerp, galblaas slijmcyste, galgang-obstructie)

Tijdens de operatie wordt de patiënt door een anesthesie assistent bewaakt.

Urologie

Het vakgebied Urologie betreft de urinewegen, dus de nieren tot en met de plasbuis. Problemen met betrekking tot de nierfunctie worden binnen de Wagenrenk door de internist behandeld. Drs. Marjanne Zaal ziet binnen de Wagenrenk veel dieren met o.a. prostaatproblemen, terugkerende blaasstenen, urine incontinentie, terugkerende blaasontstekingen, blaastumoren en b.v hermafrodieten. Ondanks de vele verschillende oorzaken bestaan de klachten vaak uit passief urineverlies (urine incontinentie), actief in huis plassen, bloed in de urine (hematurie)  en/of moeite en pijn bij plassen en/of poepen. Door  jarenlange ervaring in dit vakgebied kan Drs. Marjanne Zaal aan de hand van uw verhaal en het lichamelijk onderzoek al vaak aangeven wat de mogelijk achterliggende oorzaak kan zijn. Hierdoor kan zij via gericht onderzoek de diagnose stellen en u op grond daarvan een voorstel voor behandeling doen.

Urine incontinentie

Urine incontinentie is het verlies van urine buiten de daarvoor bestemde tijd en/of plaats. Het in huis plassen heet actieve urine incontinentie. Het lekken van urine, bijvoorbeeld in de slaap, wordt passieve urine incontinentie genoemd. Beiden een vervelend probleem waarmee je als eigenaar behoorlijk kan tobben. De oorzaak kan variëren van een gedragsprobleem tot bijvoorbeeld een aangeboren afwijking. Om een goede behandeling te kunnen instellen is een juiste diagnose natuurlijk cruciaal.

Urine incontinentie bij de pup

Veel mensen kennen het plezier rond de komst van een nieuwe pup. Het socialiseren en het zindelijk maken van het hondje kost natuurlijk veel tijd maar vormt ook het begin van een levenslange band. Omdat de pup vaak nog niet helemaal zindelijk is, valt urine incontinentie niet altijd direct op. Bij veel honden is het verlies minimaal, maar bij een aantal kan het de hele dag door ‘lopen’. De mand kan ’s morgens nat zijn, er kunnen druppeltjes door het huis liggen en/of het hondje is zelf ook nat. Een hond plast niet in zijn mand, ook een pup niet. Is zijn of haar mand nat, dan heeft het hondje meestal in de mand liggen lekken, zonder dat hij of zij het merkt. Vaak verliest zo’n hondje overdag ook druppeltjes urine en is de vulva of voorhuid nat. Het hele huis kan gaan ruiken. Los van het lekken van urine heeft zo’n pup soms ook minder controle over het plassen zelf. Hij of zij kan plots gaan staan plassen of moet juist kort na het uitlaten weer een plas doen. Straffen moet je hem zeker niet omdat het hij er niets aan kan doen. Vaak betreft het bij jonge dieren een aangeboren probleem welke in veel gevallen goed te behandelen is.

Ectopische ureter

Een aangeboren oorzaak voor het passief verlies van urine is de ectopische ureter (even ectopie genoemd). Een ureter is de verbinding tussen de nier en de blaas. Via de ureter wordt urine actief van de nier naar de blaas geleid. Ectopisch staat voor een aangeboren afwijkende ligging. Bij een ectopische ureter mondt deze niet uit in de blaas maar in de plasbuis, vaak voorbij de sluitspier waardoor de urine vanuit de nier zo ‘naar buiten’ lekt. Bij de hond komt de ureter vaak wel de blaaswand op de normale plaatst binnen, maar loopt in de wand door en mondt uit in de plasbuis. De ureter verloopt in dat geval een langer stuk door de wand, voorbij de sluitspier. De urine in de ureter kan door de druk in de wand gaan stuwen waardoor de ureter en soms de nier wordt ‘opgeblazen’. Vaak met blijvende schade aan nier tot gevolg. Soms is de nier door de stuwing en/of infectie zo beschadigd dat het vrijwel geen functie meer heeft. Het is daarom belangrijk bij verdenking op een ectopische ureter al in een vroeg stadium onderzoek hiernaar te doen. De afwijkende uitmonding is namelijk op jonge leeftijd te diagnosticeren en chirurgisch te corrigeren.

Urine incontinentie bij de volwassen hond

Een veel voorkomende oorzaak voor “het lekken” van urine is een verminderde sluitspierfunctie van de blaas, sfincter mechanisme incompetentie (SMI) genoemd.  Hierbij gaat het vaak om wat oudere gecastreerde teven maar SMI komt ook voor bij jonge teven (vaak al voor de loopsheid) en reuen. De sluitspier van de blaas is in dat geval niet sterk genoeg om de urine gecontroleerd ‘binnen te houden’ en tevens bacteriën buiten de deur.  Het gevolg is passief lekken van urine, vaak bij liggen of opwinding met of zonder terugkerende blaasontsteking. De castratie (bij de teef vaak onterecht sterilisatie genoemd) speelt hierin een rol. Niet de operatie op zich of de gebruikte techniek maar ‘het wegvallen van hormonen’ vermindert het sluitspiermechanisme. Andersom kan een puppy voor de loopsheid problemen hebben maar na de loopsheid uit het cirkeltje van blaasontsteking en lekken zijn. De geslachtshormonen hebben namelijk een positieve werking op het sluitspier mechanisme van de blaas. Gelukkig is het grootste deel van de honden met SMI goed te behandelen. Bij jonge honden die verdacht worden van een SMI moet castratie wel sterk worden afgeraden. Dit zelfde geldt voor de castratie na de eerste loopsheid. De kans is dan groot dat de klachten in meer of mindere mate terugkomen.

KNO (Keel, Neus & Oren)

Ondanks dat dit vakgebied slechts het kop- en halsgebied omvat, zijn hier vele problemen en ziektes die hieronder vallen.

Keel

  • Stoktrauma, een in de zomer veel voorkomend trauma bij de hond
  • Speekselkliercystes, waarbij er een dikte ontstaat in de hals/keel ten gevolge van een lekkende speekselklier
  • Tumoren, oppervlakkig in de huid of uitgaande van structuren in de hals/keel/lip
  • Larynxparalyse, ofwel stembandverlamming, met name voorkomend bij oudere honden van middelgrote rassen
  • Aangeboren aandoeningen zoals een gespleten gehemelte en/of lip
  • Collaps van de luchtpijp, een probleem voorkomend bij Terriër-achtigen.
  • Kortsnuitige rassen (brachycephalen) hebben soms last van een te lang gehemelte, te nauwe neusopeningen en/of een te nauw strottenhoofd en/of luchtpijp.
  • Poliepen; katten kunnen middenoorpoliepen ontwikkelen welke door kunnen groeien tot in de neus-/keelholte waardoor ze last krijgen van neusuitvloeiing en/of dat ze hierdoor snurkgeluiden maken.
  • Lip; bij sommige honden is er sprake van teveel kwijlen door te wijde lipranden of ontsteking van de lipplooien. In deze gevallen kan dit chirurgisch gecorrigeerd worden.

Neus

  • Kortsnuitige dieren, zie boven, hebben wel eens te nauwe neusopeningen welke chirurgisch kunnen worden gecorrigeerd
  • In de neus komen zowel bij honden en katten tumoren voor. Deze kunnen voorkomen in de neusholte zelf, het neustussenschot of op de neusdop zelf. Afhankelijk van het type en de locatie kunnen deze worden behandeld middels een operatie en/of in combinatie met chemotherapie of bestraling. Bij het opereren wordt uiteraard ook rekening gehouden met het cosmetische aspect.
  • Grasaren; deze kunnen bij allerlei rassen en leeftijden in de neus of in de oren terecht komen. Middels endoscopisch onderzoek (een camera in de neus of in het oor) kunnen deze worden verwijderd.
  • Niesziekte/allergie en andere gegeneraliseeerde ontstekingen in de neus: middels endoscopisch (camera) , radiologisch onderzoek (CT-scan) en bioptname kan er onderscheid gemaakt worden tussen de verschillende neusontstekingen en kan er een passend behandelplan worden opgesteld.

Oor

  • Oorontstekingen zijn een veel voorkomend probleem, met name bij de hond. Vaak ligt hier een huidprobleem aan ten grondslag. Middels otoscopisch onderzoek kan er onderscheid gemaakt worden tussen verschillende types oorontstekingen en een gericht behandelplan worden opgesteld. In dit traject komt vaak ook een bezoek aan een dermatoloog aan de orde.
  • Poliepen; in het middenoor van de kat kunnen zich poliepen ontwikkelen welke OF groeien naar de gehoorgang OF richting de neus-/keelholte (zie boven). Poliepen in de gehoorgang kunnen in eerste instantie door een eenvoudige ingreep worden verwijderd. Echter soms komen de poliepen steeds terug en is het nodig om het middenoor uit te ruimen middels een zogenaamde ventrale bulla osteotomie (VBO)
  • Grasaren, zie boven
  • Tumoren in de gehoorgang; verwijdering middels endoscopie of operatie
  • Verwijdering van de gehoorgang (waarbij de oorschelp bespaard blijft) is het laatste redmiddel bij hele heftige oorontstekingen die niet reageren op de ingestelde behandeling met oorzalven. Bij tumoren uitgaande van de gehoorgang kan dit ook nodig zijn.

Marjanne Zaal

Dierenarts Specialist Chirurgie Weke delen en Urologie

Annika Haagsman

Dierenarts Chirurgie Gezelschapsdieren