Vuurwerkangst bij honden en katten

Valerie Jonckheer-Sheehy, Dierenarts-specialist Gedrag Dieren, 
VSC De Wagenrenk

Jaarlijks worden huisdieren geconfronteerd met enorme 
knallen en andere enge geluiden omdat er vuurwerk wordt afgestoken met Oud en Nieuw. Huisdieren kunnen hier angstig door worden, niet alleen vanwege de knallen maar ook door de flitsen en de trillingen bij afgestoken vuurpijlen. Sommige dieren zijn zo bang voor vuurwerk dat hun gezondheid zowel lichamelijk als psychisch wordt aangetast. Deze dieren raken soms compleet in de stress en proberen in blinde paniek zich te verstoppen of juist te ontsnappen.

Vuurwerkangst is een veel voorkomend probleem bij honden. 40-50% van de honden heeft een geluidsgevoeligheid waar vuurwerkangst onder valt. Ook katten kunnen aan vuurwerkangst lijden.

Wat is de oorzaak en bij welke honden komt het voor?

Vuurwerkangst kan bij elke hond voorkomen maar lijkt 
endemisch te zijn bij herders. Als een hond vuurwerkangst heeft, dan zullen zijn/haar nakomelingen dit zeer waarschijnlijk ook krijgen. Tot nu toe wijzen alle genen die bij deze honden geïdentificeerd zijn op een verhoogd risico op een afwijkende neuronale informatieverwerking. Gehoorscherpte is waarschijnlijk niet de hoofdoorzaak van dit probleem. De rol van geslachts- en schildklierhormonen is (nog) onduidelijk.

Elke hond die tekenen van angst vertoont op geluiden, moet nauwlettend en regelmatig gecontroleerd worden. Het staat vast dat vuurwerkangst volledig ontwikkeld is bij 4-jaar oude honden, maar waarschijnlijk al veel eerder begint. Geluidsreactiviteit komt vaak samen voor met andere angststoornissen zoals verlatingsangst en gegeneraliseerde angststoornis (GAS). Vooral de associatie met verlatingsangst kan heel erg sterk zijn. Elke hond waarbij een geluidsgevoeligheid geconstateerd is, moet daarom ook onderzocht worden op andere angststoornissen.

Hoe kan je vuurwerkangst bij dieren vaststellen?

Om vuurwerkangst te diagnosticeren is het ten eerste van belang om de gedrags- en fysiologische indicatoren (zie tabel) voor vrees en angst te herkennen. Vervolgens wordt de differentiaal diagnose gesteld. Daarnaast is het ook belangrijk om rekening te houden met het signalement van het dier en de gedragsanamnese. En natuurlijk is een lichamelijk onderzoek en het afnemen van een medische anamnese ook van belang. Soms is nog aanvullend onderzoek aan de orde. Bloed- en urine onderzoek is van belang om potentiële metabole oorzaken uit te sluiten. Ook is dit van belang bij dieren die langdurig op psychofarmaca gezet gaan worden, om een uitgangspositie voor de bloedwaarden te creëren vóórdat gebruik van psychofarmaca geïnitieerd wordt.

Gedragsindicatoren voor angst
Oren naar beneden of naar achteren
Staart omlaag of tussen de benen of strak langs de onderkant van de buik
Lage houding
Omrollen op de rug
Plassen
Likken
Vermijden van oogcontact
Terugtrekken van de mondhoeken
Verhoogde waakzaamheid, als maar aan het scannen
Verhoogde motorische activiteit
Vocaliseren zoals blaffen en janken bij honden en miauwen bij katten
Overspronggedrag
Veranderingen in aandacht vragend gedrag kan toe- of afnemen
Verstoppen, pogingen om te ontsnappen
Verminderde eetlust

Fysiologische tekenen van vrees en angst
Beven
Mydriasis
Kwijlen
Versnelde ademhaling
Verhoogde hartslag
Urineren
Defeceren
Braken
Hijgen
Verstijven/immobiliteit
Diarree

wagenrenk-vuurwerkangst-hond

Vuurwerkangst: reactie verstoppen

De differentiaal diagnose (DDx)

Elke aandoening met aspecifieke symptomen van vrees/angst kan verward worden met vuurwerkangst. De doorslaggevende diagnostische factor is dat afgestoken vuurwerk tot de fobische reactie of het ongewenste gedrag leidt. Controleer alle potentiële angststoornissen want het lukt eigenaren niet altijd om in het beginstadium de angst-opwekkende stimulus correct 
te identificeren.

Een voorbeeld van verschijnselen die ook kunnen voorkomen bij vuurwerkangst is urineren of defeceren in huis. Bij de DDx hiervan dienen we derhalve ook aan de volgende medische oorzaken te denken:
• Maagdarm ziekte
• Ziekte van de urinewegen (hogere of lagere)
• Onvolledige zindelijkheidstraining
• Kattenbak aversie
• Polyurie/polydipsie (PU/PD) gerelateerde endocrino-pathologie
Bij de DDx van vuurwerkangst dienen verder in overweging 
genomen worden: gehoor- of visusstoornis, acute of chronische pijn en cognitieve stoornissen zoals dementie.

Signalement en gedragsanamnese

Zowel reuen als teven van alle leeftijden en rassen kunnen vuurwerkangst krijgen, maar het komt vooral voor bij herders en collies. Ook lijkt het vaker voor te komen bij jachthonden. Jong volwassen en oudere honden lijken een grotere kans te hebben om deze aandoening te krijgen.

Vraag de eigenaar naar de aspecifieke tekenen van vrees/angst die getriggerd worden door een vuurwerkprikkel (licht, geluid). Controleer op de aanwezigheid van andere angststoornissen. Houd rekening met het feit dat dieren ook bang kunnen worden van dingen die gerelateerd zijn of vaak tegelijkertijd aanwezig zijn bij de prikkel, bv. als het donker is terwijl er vuurwerk wordt afgestoken. Dieren die deze associatie gemaakt hebben, kunnen angstig worden als het donker wordt, zonder dat er vuurwerk wordt afgestoken. Deze associatie wordt aangeleerd door klassieke conditionering.
Stel het begin en de duur van de abnormale reactie op de prikkel vast. Verzamel gedetailleerde informatie over de gedragsreactie van de hond op de geluidsprikkel tijdens de meest recente problematische geluidservaring. Bevestig of het een angstreactie is. De reactie kan actief of passief zijn (bv heen en weer lopen versus immobiel, kwijlen). Vraag of er veranderingen in de reactie zijn geweest sinds het probleem begon. Vraag hoe lang het duurde voordat het huisdier herstelde na een vuurwerkprikkel.

Vraag ook wat de reactie van de eigenaar is:
• Voorafgaand aan een voorspelbare gebeurtenis 
(d.w.z. als de eigenaar weet dat er vuurwerk aankomt)
• Op de prikkel (bv. op het geluid van vuurwerk)
• Op het probleemgedrag dat de hond vertoont
Identificeer wat het vermogen van de eigenaar is om de blootstelling van het huisdier aan de geluidsprikkel te controleren. Kijk naar de mogelijkheid om een omgeving te creëren waarin het geluid gedempt wordt. In het begin stadium van de behandeling is het vaak van belang het geluid te vermijden gedurende een bepaalde periode voordat men überhaupt aan het inzetten van een gedragstherapie zoals PDCC (zie onderaan) kan denken.

Behandeling van vuurwerkangst

In eerste instantie, is het bij de behandeling van gedragsstoornissen, van belang om het blootstellen van het dier aan de prikkels 
die het ongewenste gedrag veroorzaken, te voorkomen. Als het mogelijk is, houd of breng de hond dan weg tijdens (voorspelbaar) vuurwerk. Als de prikkels niet vermeden kunnen worden dan is het van belang om de intensiteit van de prikkels te verlagen. Maak bijvoorbeeld gebruik van oordopjes of een geluiddempende kop-telefoon zoals Mutt Muffs™ (www.safeandsoundpets.com). Het dier kan in een geluiddempende ruimte gehouden worden (als hij er van tevoren aan gewend is). Ook bestaan er geluiddempende tegels om herrie te verminderen. Het gebruik van achtergrondgeluid (TV/radio) is soms ook een goedkope oplossing. Zorg wel dat het weer niet zo hard staat, dat het dier daar door geprikkeld wordt. Men kan ook gebruik maken van “white noise” (ruis). Doggles® is een speciale zonnebril voor honden en kan honden helpen die bang zijn voor de flitsen van het vuurwerk. Zorg er wel voor dat het dier eerst gewend is aan deze attributen! Vermijd hierbij het dier te straffen!

Gedragsmodificatie

Progressieve desensitisatie & counterconditioning (PDCC) met behulp van geluidtherapie kan toegepast worden. Deze is waarschijnlijk niet effectief indien het solitair ingezet wordt, maar bij milde (beginnende) symptomen van een casus geluidstherapie mogelijk behulpzaam zijn. Test hierbij de reactie van de hond op het te gebruiken geluid eerst in de kliniek, want als ze daar niet op het reageren, heeft verdere toepassing geen nut.
Mijn advies is om dit te gebruiken als onderdeel van een volledig gedragsverandering programma. Tip: Deze geluiden zijn gratis beschikbaar op www.dogstrust.org.uk/help-advice/dog-behaviour-health/sound-therapy-for-pets (Engelse website).

Progressieve desensitisatie (PD)

Progressieve desensitisatie (PD) of systematische desensitisatie (SD) is een vorm van habituatie of wennen (non-associatief leren). Het is een therapiemethode waarbij het dier stapsgewijs ongevoelig wordt gemaakt voor (de angst opwekkende) prikkels. De training houdt in dat het dier eerst wordt blootgesteld aan lage hoeveelheden van de stimulus, zodat de prikkel geen (angst) reactie uitlokt. Als het dier geen angstsignalen vertoont op dat niveau, kan je de intensiteit van de prikkel verhogen.

Counterconditionering (CC)

Counterconditionering of tegenconditionering is het tot stand brengen van een nieuwe associatie voor het dier met een 
prikkel (normaal gesproken de angst opwekkende stimulus). Er zijn 2 vormen van counterconditionering.
Klassiek of Respondent CC: Een nieuwe associatie aanleren op de prikkel die het ongewenste gedrag veroorzaakt 
(bv een voedsel beloning geven of spelen met het dier 
onmiddellijk na het horen van een harde knal).
Instrumentale of Operante CC (Respons substituten): 
Het aanleren van onverenigbaar gedrag met het ongewenste gedrag dat door de prikkel wordt veroorzaakt (bv gebruik 
van het commando zit-blijf als de hond wil vluchten).

Medicatie

Bij fobische of extreem angstige dieren moet medicatie ingezet worden. Het gebruik van psychofarmaca valt veelal buiten de geldende registratie van diergeneesmiddelen. Zorg dat eigenaren goed ingelicht worden over de voor- en nadelen van het gebruik van deze middelen bij hun huisdieren. Ik raad elke 3-6 maanden labcontrole aan,vooral bij oudere dieren. Medicatie is geen wonder middel! Het helpt om de angst te remmen. Het faciliteert het leren en reageren op een meer rationele manier. Het beste is om het te gebruiken in combinatie met gedragsmodificatie.

Langdurige behandeling samen met gedragsmodificatie: 
TCAs (Tricyclische antidepressiva) & SSRIs (selectieve 
serotonine heropnameremmers)
Deze mogen gebruikt worden als:
• Het niet mogelijk is om de prikkels te voorkomen gedurende een langere periode of
• Andere angststoornissen aanwezig zijn of
• De reactie van het dier extreem/fobisch is
Deze medicatie moet dagelijks worden toegediend (ook als het dier niet dagelijks geprikkeld wordt) en moet minstens 8 weken gegeven worden voordat het klinische effect beoordeeld kan worden. Desondanks zie ik klinische effecten soms binnen een paar weken. Deze medicatie is niet geschikt voor incidenteel gebruik. Normaal gesproken zijn bijwerkingen van voorbijgaande aard, mild en binnen een week over. Verminderde eetlust en sedatie komen soms voor in het begin. Als aanhoudend of extreme bijwerkingen optreden dan is het verstandig om de de dosering te verlagen of de medicatie te veranderen. Deze medicijnen moeten afgebouwd worden. Je kunt een dier niet zomaar van de ene op de andere medicatie zetten (een “washout period” is nodig). In principe kan je deze medicatie gebruiken in combinatie met een van de benzodiazepines, gabapentine, trazodone of clonidine.

Maar wat doe je met het dier op oudjaarsavond?

Mijn eerste keus voor medicatie in acute situaties is benzodiazepines (BZDs). Ze kunnen gebruikt worden voor, gedurende en na de vuurwerk. Alprazolam is paniekolytisch en heeft de hoogste werkzaamheid van de BZDs. Als alprazolam niet gebruikt kan worden dan probeer ik diazepam te gebruiken. Diazepam is helaas meer 
sedatief en minder anxiolytisch dan alprazolam. Diazepam heeft ook een langere halfwaardetijd wat soms ook een voordeel kan zijn. Bij oudere dieren of dieren met leverproblemen gebruik ik liever Clonazepam. Stop deze medicatie niet plotseling (behalve bij spoed) als het al een paar dagen gegeven is, want dan bestaat het risico er dat ontwenningsverschijnselen zullen optreden.

Mijn tweede keus bij vuurwerkangst is clonidine. Clonidine is een centrale alfa-1-agonist en werkt heel goed bij dieren die extreem angstig of reactief zijn. Maar let hier wel op vanwege de potentiele bijwerkingen. Gabapentine en trazodone kunnen ook gebruikt worden als aanvullende medicatie en heeft minder potentiele bijwerkingen dan clonidine.

Preventie

Adviseer eigenaren dat ze bij de aanschaf van een dier navraag doen naar het gedrag van de teef, reu en nakomelingen van het dier. Vertel ze nooit een dier te kopen waarbij de ouders ongewenst gedrag laten zien. Stel puppy’s en kittens bloot aan verscheidende geluiden vanaf een jonge leeftijd. Zorg ervoor dat het geluid niet te intens is, in het begin, en associeer het met positieve prikkels zoals spelen, lekkers geven enz. Controleer als dierenarts tijdens consulten op geluidsgevoeligheid en andere angststoornissen. Het castreren van dieren met geluidsfobiën is verstandig want het fokken van deze dieren kan vaak tot nakomelingen met dezelfde stoornis leiden!!!

Voor aanvullende adviezen om aan cliënten te geven, kijk naar 
de website van de Wagenrenk op www.wagenrenk.com voor het Protocol Vuurwerkangst voor honden en katten.

wagenrenk-vuurwerkangst-hond2

Vuurwerkangst: reactie wegdraaien van de kop

lijn

Meer over gedrag weten?

Op 9 juni 2015 is de Nederlandse Werkgroep Veterinaire 
Gedragskunde (NWVG) opgericht. Deze werkgroep bestaat uitsluitend uit dierenartsen. Doel van de werkgroep is het verbeteren van het welzijn van dieren door het faciliteren 
en ondersteunen van dierenartsen bij het onderkennen, 
behandelen en voorkomen van gedragsproblemen bij dieren. Gedragsproblematiek is immers de voornaamste reden om een dier te laten inslapen of af te staan, terwijl met de juiste expertise een andere oplossing te vinden is. Bij gedrags-problematiek bij dieren is de NWVG aanspreekpunt voor 
alle dierenartsen. Voor meer informatie neem contact op met Valerie Jonckheer-Sheehy voorzitter van de NWVG (v.jonckheer@wagenrenk.com).

lijn

Pffffff, wat moet ik met gedragsmedicatie?

Seminar PEGD Psychofarmaca door Valerie Jonckheer-Sheehy: Een puppy aan de Prozac? De kat op medicatie vanwege dementie?

Eigenaren willen vaak van hun dier af wanneer zij gedrags-problemen vertonen. Veel vaker dan wanneer ze last hebben van andere medische klachten. Gedragsproblemen bij dieren leiden vaak tot een verstoring in de relatie met mensen. 
Dit kan leiden tot frustratie, angst of leed bij het huisdier en teleurstelling of onbegrip bij zijn eigenaar. Toch zijn ook gedragsproblemen vaak effectief te behandelen en/of te voorkomen.
Psychofarmaca wordt steeds vaker ingezet bij gedragsproblemen van pathologische aard bij dieren. Mits juist voor-geschreven kan het effect zeer positief zijn en kan uit huis plaatsing of zelfs euthanasie voorkomen worden.

Meer weten? www.knmvd.nl/actueel/agenda/item/10865513/PEGD-seminar-Psychofarmaca

lijn

Wagenrenk nieuws

Virbac’s 2016 klinische avonden lezingen worden gegeven door onze specialisten dr. Annette van der Lee (dermatologie) en mevr. Valerie Jonckheer-Sheehy (gedrag & welzijn).

Meer info? Kijk snel op www.virbac.nl/inschrijven/klinische-avonden-voor-gezelschapsdieren