Nieuwste ontwikkelingen in de behandeling van vuurwerkangst

Valerie Jonckheer-Sheehy, Dierenarts-specialist Gedrag, 
VSC De Wagenrenk

Vanwege het succes van de vorige nieuwsbrief over vuurwerkangst is besloten een update te sturen over de nieuwste ontwikkelingen en inzichten in de behandeling er van.

Jaarlijks worden huisdieren geconfronteerd met enorme knallen en andere enge geluiden, omdat er vuurwerk wordt afgestoken met Oud en Nieuw. Huisdieren kunnen hier angstig door worden. Niet alleen vanwege de knallen en andere geluiden, maar ook door de flitsen, de trillingen en zelfs door de geur die vrijkomt bij het afsteken van vuurpijlen. Sommige dieren zijn zo bang voor vuurwerk, dat hun gezondheid zowel lichamelijk als psychisch wordt aangetast. Deze dieren raken soms compleet in de stress. Sommige proberen zich te verstoppen, terwijl anderen juist in blinde paniek proberen te ontsnappen.

Vuurwerkangst is een veel voorkomend probleem bij honden. Ongeveer 40-70% van de honden heeft een geluidsovergevoeligheid, waar vuurwerkangst onder valt. Ook katten kunnen aan vuurwerkangst lijden.

Wat is de oorzaak en bij welke honden komt het voor?

Vuurwerkangst kan bij elke hond voorkomen, maar lijkt endemisch te zijn bij herders. Als een hond vuurwerkangst heeft, dan zullen zijn/haar nakomelingen dit zeer waarschijnlijk ook krijgen. Tot nu toe wijzen alle genen die bij deze honden geïdentificeerd zijn op een verhoogd risico op een afwijkende neuronale informatieverwerking. Gehoorscherpte is waarschijnlijk niet de hoofdoorzaak van dit probleem. Ondanks recente onderzoeken blijft de rol van geslachts- en schildklierhormonen nog onduidelijk.

Elke hond die tekenen van angst vertoont op basis van geluiden, moet nauwlettend en regelmatig gecontroleerd worden. Het staat vast dat vuurwerkangst volledig ontwikkeld is bij 4-jaar oude honden, maar waarschijnlijk al véél eerder begint. Geluidssensitiviteit komt vaak samen met andere angststoornissen voor, zoals verlatingsangst en gegeneraliseerde angststoornis (GAS). Vooral de associatie met verlatingsangst kan heel erg sterk zijn. Elke hond waarbij een geluidsgevoeligheid of – sensitiviteit is geconstateerd, moet daarom ook onderzocht worden op andere angststoornissen.

Hoe kan je vuurwerkangst bij dieren vaststellen?

Om vuurwerkangst te diagnosticeren is het ten eerste van belang om naar de primaire klacht van het dier te kijken. De doorslaggevende diagnostische factor is dat een vuurwerkprikkel (bijv. geluid en/of flits van afgestoken vuurwerk) tot de fobische reactie of het ongewenste gedrag leiden. Elke aandoening met aspecifieke symptomen van vrees/angst kan verward worden met vuurwerkangst. Het signalement van het dier en de gedragsanamnese zijn cruciaal. De gedrags- en fysiologische indicatoren (tabel 1) voor vrees en angst moeten herkend worden. Daarnaast is een lichamelijk onderzoek en het afnemen van een medische anamnese ook van belang. Soms is nog aanvullend onderzoek aan de orde. Bloed- en urine onderzoek is van belang om potentiële metabole oorzaken uit te sluiten. Ook is dit van belang bij dieren die langdurig op psychofarmaca gezet gaan worden, om een uitgangspositie voor de bloedwaarden te creëren, vóórdat gebruik van psychofarmaca geïnitieerd wordt. Het is van groot belang om te controleren op alle potentiële angststoornissen, omdat cliënten niet altijd correct de angstopwekkende stimulus kunnen identificeren in het beginstadium van deze aandoening. Bovendien komt geluidssensitiviteit, zoals eerder gezegd, vaak samen met andere angststoornissen zoals verlatingsangst en gegeneraliseerde angststoornis (GAS) voor.

Gedragsindicatoren voor vrees en angst

  • Oren naar beneden of naar achteren
  • Staart omlaag of tussen de benen of strak langs de onderkant van de buik
  • Lage houding
  • Omrollen op de rug
  • Plassen
  • Likken
  • Vermijden van oogcontact
  • Terugtrekken van de mondhoeken
  • Verhoogde waakzaamheid, als maar aan het scannen
  • Verhoogde motorische activiteit in de vorm van rusteloosheid, ijsberen, ronddraaien
  • Vocaliseren zoals blaffen en janken bij honden en miauwen bij katten
  • Overspronggedrag
  • Veranderingen in aandacht vragend gedrag kan toe- of afnemen
  • Verstoppen, pogingen om te ontsnappen
  • Verminderde eetlust

Fysiologische tekenen van vrees en angst

  • Beven
  • Mydriasis
  • Kwijlen
  • Versnelde ademhaling
  • Verhoogde hartslag
  • Urineren
  • Defeceren
  • Braken
  • Hijgen
  • Verstijven/immobiliteit
  • Diarree

De differentiaal diagnose (DDx)
Zoals al eerder gezegd is de doorslaggevende diagnostische factor dat afgestoken vuurwerk tot de angstige of fobische reactie leidt. Een voorbeeld van verschijnselen die ook kunnen voorkomen bij vuurwerkangst is urineren of defeceren in huis. Bij de DDx hiervan dienen we derhalve ook aan de volgende medische oorzaken te denken:

  • Maagdarm ziektes
  • Ziekte van de urinewegen (hogere of lagere)
  • Onvolledige zindelijkheidstraining
  • Kattenbak aversie
  • Polyurie/polydipsie (PU/PD) gerelateerde endocrinopathologie

Bij de DDx van vuurwerkangst dienen verder in overweging genomen worden; gehoor- of visusstoornis, acute of chronische pijn en cognitieve stoornissen zoals dementie.

Signalement en gedragsanamnese
Zowel reuen als teven van alle leeftijden en rassen kunnen vuurwerkangst krijgen, maar het komt vooral voor bij herders en collies. Ook lijkt het vaker voor te komen bij jachthonden. Jong volwassen en oudere honden lijken een grotere kans te hebben om deze aandoening te krijgen.

Vraag de eigenaar naar de aspecifieke tekenen van vrees/angst die getriggerd worden door een vuurwerkprikkel (licht, geluid, geur). Controleer op de aanwezigheid van andere angststoornissen. Houd rekening met het feit dat dieren ook bang kunnen worden van dingen die gerelateerd zijn of vaak tegelijkertijd aanwezig zijn bij de prikkel, bv. dat het donker is terwijl er vuurwerk wordt afgestoken. Dieren die deze associatie gemaakt hebben, kunnen angstig worden als het donker wordt, zonder dat er vuurwerk wordt afgestoken. Deze associatie wordt aangeleerd door klassieke conditionering.

Stel het begin en de duur van de abnormale reactie op de prikkel vast. Verzamel gedetailleerde informatie over de gedragsreactie van de hond op de geluidsprikkel tijdens de meest recente problematische geluidservaring. Bevestig of het een angstreactie is. De reactie kan actief of passief zijn (bv heen en weer lopen versus immobiel, kwijlen). Vraag of er veranderingen in de reactie zijn geweest sinds het probleem begon. Vraag hoe lang het duurde voordat het huisdier herstelde na een vuurwerkprikkel.
Vraag ook wat de reactie van de eigenaar is:

  • Voorafgaand aan een voorspelbare gebeurtenis (d.w.z. als de eigenaar weet dat er vuurwerk afgestoken gaat worden),
  • Op de prikkel (bv. op het geluid van vuurwerk)
  • Op het probleemgedrag dat de hond vertoont.

Identificeer wat het vermogen van de eigenaar is om de blootstelling van het huisdier aan de geluidsprikkel te controleren. Kijk naar de mogelijkheid om een omgeving te creëren waarin het geluid gedempt wordt. In het begin stadium van de behandeling is het vaak van belang het geluid te vermijden gedurende een bepaalde periode voordat men überhaupt aan het inzetten van een gedragstherapie zoals PDCC (zie onderaan) kan denken.

Behandeling van vuurwerkangst

In eerste instantie, is het bij de behandeling van gedragsstoornissen, van belang om het blootstellen van het dier aan de prikkels die het ongewenste gedrag veroorzaken, te voorkomen. Als het mogelijk is, houd of breng de hond dan weg tijdens (voorspelbaar) vuurwerk. Als de prikkels niet vermeden kunnen worden dan is het van belang om de intensiteit van de prikkels te verlagen. Maak bijvoorbeeld gebruik van oordopjes of een geluiddempende koptelefoon zoals Mutt Muffs (www.safeandsoundpets.com). Het dier kan in een geluiddempende ruimte gehouden worden (als hij er van tevoren aan gewend is). Ook bestaan er geluiddempende tegels om herrie te verminderen. Het gebruik van achtergrondgeluid (TV/radio) is soms ook een goedkope oplossing. Zorg wel dat het weer niet zo hard staat, dat het dier daardoor geprikkeld wordt. Men kan ook gebruik maken van “white noise” (ruis). Doggles is een speciale zonnebril voor honden en kan honden helpen die bang zijn voor de flitsen van het vuurwerk. Zorg er wel voor dat het dier eerst gewend is aan deze attributen! Vermijd hierbij het dier te straffen!

animalytics-gedrag-hond-mutt-muffs-charlie-7-valerie-jonckheer-sheehy   animalytics-gedrag-hond-pdcc-vuurwerk-plecy-2-valerie-jonckheer-sheehy

Foto links: Een herdershond die Mutt Muffs draagt. Foto rechts: Deze Cesky Terrier met vuurwerkangst gebruikt nu graag het snuffelkleed onder begeleiding van zijn eigenaar terwijl de geluiden van vuurwerk afspelen.

Gedragsmodificatie

Progressieve desensitisatie & counterconditioning (PDCC) met behulp van geluidstherapie kan toegepast worden. Deze is waarschijnlijk niet effectief indien het solitair ingezet wordt, maar bij milde (beginnende) symptomen van geluidssensitiviteit, kan geluidstherapie mogelijk behulpzaam zijn. Test hierbij de reactie van de hond op het te gebruiken geluid eerst in de kliniek, want als ze daar niet op het reageren, heeft verdere toepassing geen nut.

Mijn advies is om dit te gebruiken als onderdeel van een volledig gedragsveranderingsprogramma. Tip: Deze geluiden zijn gratis beschikbaar op www.dogstrust.org.uk (Engelse website).

Progressieve desensitisatie (PD)

Progressieve desensitisatie (PD) of systematische desensitisatie (SD) is een vorm van habituatie of wennen (non-associatief leren). Het is een therapiemethode waarbij het dier stapsgewijs ongevoelig wordt gemaakt voor (de angstopwekkende) prikkels. De training houdt in dat het dier eerst wordt blootgesteld aan lage hoeveelheden van de stimulus, zodat de prikkel geen (angst) reactie uitlokt. Als het dier geen angstsignalen vertoont op dat niveau, kan je de intensiteit van de prikkel verhogen.

Counterconditionering (CC)

Counterconditionering of tegenconditionering is het tot stand brengen van een nieuwe associatie voor het dier met een prikkel (normaal gesproken de angst opwekkende stimulus). Er zijn 2 vormen van counterconditionering.

Klassiek of Respondent CC: Een nieuwe associatie aanleren op de prikkel die het ongewenste gedrag veroorzaakt (bijv. een voedsel beloning geven of spelen met het dier onmiddellijk na het horen van een harde knal).

Instrumentale of Operante CC (Respons substituten): Het aanleren van onverenigbaar gedrag met het ongewenste gedrag dat door de prikkel wordt veroorzaakt (bijv. gebruik van het commando zit-blijf als de hond wil vluchten).

Bekijk hier een uitgebreid protocol voor het gebruik van deze technieken.

 

Medicatie

Bij fobische of extreem angstige dieren moet medicatie ingezet worden. Het gebruik van psychofarmaca valt veelal buiten de geldende registratie van diergeneesmiddelen. Zorg dat eigenaren goed ingelicht worden over de voor- en nadelen van het gebruik van deze middelen bij hun huisdieren. Ik raad elke 3-6 maanden labcontrole aan, vooral bij oudere dieren. Medicatie is geen wonder middel! Het helpt om de angst te remmen. De antidepressiva (tricyclische antidepressiva en de selectieve serotonine heruptake remmers) faciliteren het leren en reageren op een meer rationele manier. Het beste is om het te gebruiken in combinatie met gedragsmodificatie.

Langdurige behandeling samen met gedragsmodificatie: TCAs (Tricyclische antidepressiva) & SSRIs (selectieve serotonine heropnameremmers)

Deze mogen gebruikt worden als:

  • Het niet mogelijk is om de prikkels te voorkomen gedurende een langere periode of
  • Andere angststoornissen aanwezig zijn of
  • De reactie van het dier extreem/fobisch is

Deze medicatie moet dagelijks worden toegediend (ook als het dier niet dagelijks geprikkeld wordt) en moet minstens 8 weken gegeven worden voordat het klinische effect beoordeeld kan worden. Desondanks zie ik klinische effecten soms binnen een paar weken. Deze medicatie is niet geschikt voor incidenteel gebruik. Normaal gesproken zijn bijwerkingen van voorbijgaande aard, mild en binnen een week over. Verminderde eetlust en sedatie komen soms voor in het begin. Als aanhoudend of extreme bijwerkingen optreden dan is het verstandig om de dosering te verlagen of de medicatie te veranderen. Deze medicijnen moeten afgebouwd worden. Je kunt een dier meestal niet zomaar van de ene op de andere medicatie zetten (een “washout period” is vaak nodig). In principe kun je deze medicatie voorzichtig gebruiken in combinatie met een van de benzodiazepines, gabapentine, trazodone, dexmedetomidine of clonidine. Selgian (selegiline hydrochloride) gebruik ik nauwelijks bij vuurwerkangst.

Maar wat doe je met het dier op oudjaarsavond?

Mijn eerste keus voor medicatie in acute situaties is benzodiazepines (BZDs). Ze kunnen gebruikt worden voor, gedurende en na het vuurwerk. Alprazolam is paniekolytisch en heeft de hoogste werkzaamheid van de BZDs. Als alprazolam niet gebruikt kan worden, dan probeer ik meestal clonazepam te gebruiken. Clonazepam lijkt iets minder anxiolytisch te zijn dan alprazolam, maar kan sommige honden waarvoor alprazolam ongeschikt lijkt te zijn goed helpen. Diazepam is helaas meer sedatief dan alprazolam en clonazepam en minder anxiolytisch dan alprazolam en clonazepam. Diazepam en clonazepam hebben een langere halfwaardetijd, wat soms ook een voordeel kan zijn. Bij oudere dieren of dieren met leverproblemen gebruik ik liever oxazepam. Een andere bezodiazepine die ik soms gebruik is lorazepam. De keuze wordt gemaakt aan de hand van de reactie van het individuele dier op de medicatie, halfwaardetijd, metabolieten van het middel, aanwezigheid van overige medische problemen en gebruik van overige psychofarmaca. Stop deze medicatie niet plotseling (behalve bij spoed) als het al een paar dagen gegeven is, want dan bestaat het risico dat er ontwenningsverschijnselen zullen optreden.

Vroeger was mijn tweede keus bij vuurwerkangst clonidine. Clonidine is een centrale alfa-2-adrenerge receptoragonist. Een alfa-2 adrenerge receptoragonist verhindert de afgifte van noradrenaline (neurotransmitter) uit de zenuwcellen in het lichaam. Noradrenaline speelt een rol bij het in stand houden van alertheid en opwinding. Hierdoor kunnen alfa-2-adrenerge receptorenagonisten sommige fysiologische symptomen van acute angst bij honden verminderen. Daarom gebruik ik clonidine vaak bij dieren die extreem angstig of reactief zijn. Ook kan het heel goed gebruikt worden bij het begin van een gedragsmodificatieprotocol van PDCC i.c.m. een antidepressiva. Hiermee moeten dierenartsen wel heel goed opletten vanwege de potentiële bijwerkingen. Ook moet het voorzichtig afgebouwd worden vanwege de risico van rebound-hypertensie. Sileo is een nieuw product op de markt en is geregistreerd voor gebruik bij honden met geluidsreactiviteit. Sileo bevat 0,1 mg/ml dexmedetomidine hydrochloride en is een oromucosale gel. Dexmedetomidine is ook een alfa-2-adrenerge receptoragonist. Sileo is minder sedatief dan clonidine. Gabapentine kan ook gebruikt worden als aanvullende medicatie en heeft minder potentiële bijwerkingen dan de BZDs en clonidine.

Preventie

Adviseer eigenaren dat ze bij de aanschaf van een dier navraag doen naar het gedrag van de teef, reu en nakomelingen van het dier. Vertel ze nooit een dier te kopen waarbij de ouders ongewenst gedrag laten zien. Stel puppy’s en kittens bloot aan verscheidende geluiden vanaf een jonge leeftijd. Zorg ervoor dat het geluid niet te intens is, in het begin, en associeer het met positieve prikkels zoals spelen, lekkers geven enz. Controleer als dierenarts tijdens consulten op geluidsgevoeligheid en andere angststoornissen. Het castreren van dieren met geluidsfobiën is verstandig want het fokken van deze dieren kan vaak tot nakomelingen met dezelfde stoornis leiden!!!

Aanvullende adviezen om aan cliënten te geven vindt u in het Protocol Vuurwerkangst voor honden en katten.

 

lijn

Lezing

De Nederlandse Werkgroep Veterinaire Gedragskunde (NWVG) organiseert op 13 december 2016 een bijeenkomst met als thema “Geluidsreactiviteit: vuurwerkangst”. Deze avond mogen we een topspreker verwelkomen uit Portugal. Dr. Gonçalo de Graça Pereira is Europees veterinair specialist op het gebied van behavioural medicine en animal welfare. Tevens is hij vice-president van de ECAWBM.

Dr. Gonçalo de Graça Pereira zal deze avond twee lezingen geven over geluidsreactiviteit bij honden en katten. Tot slot zal er ruimte zijn voor inbreng van eigen casuïstieken en discussie, die begeleid zullen worden door deze spreker en mevr. Valerie Jonckheer-Sheehy.

Meer informatie over de lezing en deelname: NWVG bijeenkomst Geluidssensitiviteit vuurwerkangst